DE STABIJHOUN

Algemeen
Rasstandaard
Gezondheid

Bron: nvsw.nl

D922ECAA-EC7A-4A74-8A87-78465DA882E4_edi

ALGEMEEN

Karaktereigenschappen

Stabijs zijn zelfstandig. Sommige mensen noemen het eigenwijs, anderen noemen het koppig of eigenzinnig. Maar in feite is het zelfstandig, en dat is iets dat er bewust is ingefokt. De boeren wilden een hond die zelfstandig kon werken. En die eigenschap hebben de Stabijs van tegenwoordig nog steeds. Niet erg als je beseft dat het iets is dat bij het ras hoort. Als je ermee om weet te gaan is er niets mis mee. Bij onvoldoende en/of inconsequente begeleiding kan een Stabij zich tot een moeilijke en labiele hond ontwikkelen. Bij een goede begeleiding is een Stabij een geweldig leuke hond en een maatje voor het leven.

Stabijs zijn erg onderzoekend. Een leuke eigenschap, maar tegelijk kunnen ze er ook door in de problemen komen. Over het algemeen verwachten ze dan dat de baas een helpende hand biedt. Let dus altijd op wat een Stabij uitspookt, want door die onderzoekende aard komen ze ook redelijk snel in een lastige positie.


Waaks

Stabijs hangen erg aan hun baas. Dat heeft voordelen, maar zeker ook nadelen. Wie denkt dat zijn Stabij het gaat regelen als er iets aan de hand is komt nogal eens bedrogen uit. Stabijs maken weliswaar veel kabaal als er iets aan de hand is, maar over het algemeen verwachten ze wel dat de baas het verder oplost.


Jachtinstinct

Dat oplossen geldt dan weer niet voor zelfstandig jagen: dat doen ze graag. Omdat dit land verkeer kent is het verstandig dat in goede banen te leiden en heel goed te trainen op het hier komen en in de buurt blijven. Als baas moet je wel leren er rekening mee te houden. Word dan ook niet boos als de hond zelfstandig ongedierte zoekt en opgraaft bijvoorbeeld. En houd er rekening mee dat zoiets lastig af te leren kan zijn. Stabijs hebben door hun zelfstandige aanleg de neiging vooral dingen te doen waar ze zelf het nut van inzien. En van ongedierte jagen zien nu eenmaal veel Stabijs het nut, ongeacht of dat in de tuin is of ergens anders.


Opvoeding

De Stabij werkt graag voor zijn baas, maar hij moet eerst weten wie die baas is. De band die hiervoor nodig is, kan ontwikkeld worden door een rustige, vrolijke en afwisselende opvoeding te geven, waarbij consequente aanpak erg belangrijk is. Een harde aanpak is zinloos bij de Stabij: hij zal er volledig door blokkeren en niet meer makkelijk vrijwillig zijn taken uitvoeren. En die vrijwilligheid is nou juist wat de Stabij een leuke en goede huisgenoot maakt! Het is dus zaak daar goed op te letten. Te veel druk is geen goed idee en een goede begeleiding is belangrijk.

Stabijs zijn op zich makkelijk te motiveren, maar ze blokkeren ook snel als de aanpak niet bij de hond past. De oorzaak hiervoor ligt er vooral in dat de Stabij van oorsprong een hond was die buiten leefde en voor een groot deel zijn eigen gang moest gaan. Hij moest zelfstandig waken en zelfstandig ongedierte verdelgen als dat zo te pas kwam. Dat kon het ras prima, in een tijd dat er nog nauwelijks verkeer was en er weinig invloeden van buitenaf waren. Tegenwoordig is dat anders: er worden aan onze honden veel eisen gesteld en er zijn Stabijs die daar moeite mee kunnen hebben.


Beweging

Hoewel de Stabij tegenwoordig vooral als huishond wordt gehouden, heeft hij wel degelijk ruim beweging nodig. Maar wat misschien nog wel belangrijker is, is dat de hond een geestelijke uitdaging heeft, en voor dit ras is dat dan vooral een zekere samenwerking met zijn baas. De Stabij heeft het nodig in het dagelijks leven een functie te hebben en dan moet de voorkeur gegeven worden aan iets dat afwisseling biedt.


Kindvriendelijkheid

Stabijs hebben verder de naam erg kindvriendelijk te zijn. Dat is wel waar, maar een Stabij zal wel degelijk ook zijn eigen grenzen aangeven. En juist doordat het honden zijn die erg aan hun eigen mensen hangen, geven ze die grenzen soms laat aan. Zorg er dus altijd voor dat een Stabij niet in een positie komt waarin hij niet weg kan. Op dat moment zal namelijk ook die lieve en verdraagzame Stabij snauwen. Iets dat natuurlijk voor alle honden geldt, en dus ook voor een Stabij: laat nooit een kind alleen met de hond.

 
5699152C-4C5D-4920-81F2-F0EFD1BFE151.jpe

RASSTANDAARD

Algeheel beeld

Een eenvoudige, krachtig gebouwde, langharige staande hond, meer gestrekt dan hoog, die niet te fors en niet te fijn mag zijn. De huid moet goed gespannen zijn en de hond mag geen keelhuid en hanglippen vertonen. Toelichting: 'Eenvoudig' wil zeggen: een ongekunstelde verschijning, zonder anatomische tierelantijnen. De vacht is feitelijk halflang. Een 'staande' hond is een jachthond, die het wild opspoort en het de jager aanwijst door er voor te blijven staan. De Stabij is een uitgesproken stevige hond, niet te fors, lomp of log, maar zeker ook niet te fijn. Droog wil zeggen dat de huid geen plooien vertoont, maar goed aansluit om het lichaam.

Aard

De Stabij is als huishond aanhankelijk, zacht en lief. De hond is schrander, leerzaam en gehoorzaam. In huis of op het erf is de Stabij een rustige maar waakse hond, niet vals noch bijterig. Toelichting: Als huishond is de Stabij aanhankelijk, zacht en lief, maar daarbuiten is hij bij tijd en wijle knap eigenzinnig en vinnig. Zijn karakter maakt hem uitstekend geschikt als gezinshond, maar zijn gestel is berekend op het buitenleven. De Stabij is open (heeft als het ware 'het hart op de tong'). Bij de Stabij merk je de invloed van de omschakeling van boerenhond naar gezelschapshond op zijn temperament duidelijker dan bij de Wetterhoun. De Stabij is zeker schrander en leert gemakkelijk, maar is minder gehoorzaam dan de raspunten doen vermoeden. Een duidelijke en consequente opvoeding van de Stabij is nodig, waarbij een tikkeltje 'kortaangebondenheid' van de baas zeker van pas komt bij de vorming van de Stabij. Eenkennig is de Stabij niet, hij is vriendelijk voor iedereen, maar niet direct een allemansvriend. Hij is lief voor kinderen.

Hoofd

Het hoofd is 'droog' en de grootte in verhouding tot het lichaam, vertoont meer lengte dan breedte. Schedel en snuit zijn even lang. De schedel is licht gewelfd, niet smal, doch vooral niet de indruk wekkend van breed te zijn en gaat met een lichte ronding over in de wangen (wangspieren weinig ontwikkeld). De overgang van de schedel in snuit, stop, geleidelijk en slechts matig aangegeven. De snuit krachtig, geleidelijk iets smaller wordend naar de neus toe, zonder spits toe te lopen. De neusrug is recht, dus van terzijde gezien niet een bol-, noch een holliggende lijn tonend. De neusrug is breed en de neus is goed open. De lippen goed gesloten, niet overhangend. Gebit krachtig en scharend. Toelichting: Onder 'droog' wordt verstaan een goed sluitende huid zonder plooien. Een schaargebit is een gebit, waarvan de bovensnijtanden voor de onder-snijtanden schuiven bij gesloten bek.

Ogen

De ogen liggen waterpas, zijn middelmatig groot en rond met goed gesloten oogleden, zonder het bindvlies te laten zien, noch uitpuilend, noch te diep liggend. De kleur is donkerbruin voor honden met zwarte grondkleur en bruin voor honden met bruine of oranje grondkleur, doch nimmer geel als van een roofvogel. Toelichting: Beide ogen liggen op één lijn.

Oren

De oren zijn vrij laag aangezet, oorschelp niet sterk ontwikkeld, zodat de oren goed gevouwen en zonder enige draai vlak tegen het hoofd gedragen worden.De oren zijn middelmatig lang en hebben de vorm van een troffel. De beharing van het oor is een typische eigenschap van het ras, zij is bij de basis van het oor vrij lang, neemt naar beneden in lengte geleidelijk af, terwijl het onderste 1/3 deel van het oor met kort haar is bezet. De lange beharing moet recht zijn, iets gegolfd mag.

Neus

Zwart voor honden met zwarte grondkleur en bruin voor de honden met een bruine of oranje grondkleur. Niet gespleten. Neusgaten goed geopend, neusspiegel goed ontwikkeld.

Hals

De hals is kort en rond, in een zeer stompe hoek overgaand in de ruglijn, zodat het hoofd doorgaans laag wordt gedragen. De hals is licht gewelfd, geen keelhuid of wammen.

Borst

Van voren gezien is de borst vrij breed, meer breedte dan diepte tonend en daarom staan de voorbenen vrij ver uit elkaar. De onderborst is niet puntig en niet dieper reikend dan tot aan de ellebogen. Toelichting: De brede borst geeft stabiliteit bij graven en draven, maar ook bij de jacht.

Lichaam

Het lichaam is krachtig gebouwd. De ribben zijn goed gerond, met goed ontwikkelde achterribben. De rug is recht, vrij lang met een weinig afvallend kruis. De lendenen zijn krachtig en de buik is matig opgetrokken. Toelichting: Het krachtige lichaam is berekend op arbeid en daarvoor is uithoudingsvermogen nodig. De Stabij is langer dan hoog, de rugspieren, maar vooral de lendespieren moeten krachtig zijn. Als de rug- en lendespieren niet sterk genoeg zijn zal de hond niet langdurig kunnen draven, iets wat nodig is voor het oorspronkelijke werk. Het bekken ligt vrij vlak, waardoor de ruglijn recht is. Hierdoor komt de stuwkracht zodanig vanuit de achterhand dat de langdurige en moeiteloze draf ontstaat die typisch bij de Stabij hoort.

Staart

De staart is lang en reikt tot aan de hiel. Niet hoog ingeplant en wordt naar beneden gedragen. Het onderste 1/3 deel gaat met een lichte buiging naar boven gebogen (in actie gaat de staart omhoog). Rondom en tot aan het einde lang behaard, zonder krullen of golven (geen bevedering, maar bossig). Toelichting: De Stabij draagt in rust de staart laag. In draf wordt de staart in het verlengde van de rug gedragen. Tijdens zoeken naar apport (wild of een bal) is de staart hoger en in beweging, waarbij de witte staartpluim de locatievlag van de jachthond is. Een spiraalstaart is ongewenst.

Voorhand

Schouder goed aansluitend aan het lichaam. Schouderblad is schuin geplaatst, goed gehoekt . Onderarm is krachtig, goed recht, voorvoeten recht en niet doorgezakt. Voeten zijn rond, tenen goed ontwikkeld en gebogen met krachtige voetzolen. Toelichting:

Een goed gebouwde voorhand met sterke spieren is van belang voor een werkhond die veel moet kunnen draven. De achterhand stuwt de hond vooruit, het gewicht wordt vervolgens opgevangen door de voorhand. Sterke voorbenen en schouders zijn hiervoor van groot belang.

Achterhand

De achterhand is krachtig met goede hoeking van darm- en dijbeen en van dijbeen en schenkelbeen. Schenkelbeen mag niet te lang zijn. Hiel is dicht bij de grond geplaatst, achtermiddenvoet dus kort. Achtervoeten rond met goed ontwikkelde voetzolen. Toelichting:

De achterhand stuwt de hond als het ware vooruit bij het draven. Ook hier zijn dus sterke benen en spieren vereist. De korte voet geeft stabiliteit, waar de Stabij profijt van heeft bij de draf en bij zijn wendbaarheid op volle snelheid.

Beharing

De beharing is lang en sluik over de gehele romp. Hoogstens mag op het kruis een enkele lichte golf voorkomen. Het hoofd is kort behaard. De beharing aan de achterzijde van de voorbenen en aan de broek is goed ontwikkeld, meer bossige beharing dan vederbeharing. Broek is lang behaard. Iets gekrulde beharing komt soms voor, maar wijst op een kruising en daarom mogen de honden met een dergelijke beharing niet als Stabij worden erkend. Toelichting: Zoals eerder opgemerkt is de vacht halflang. Vederbeharing wil zeggen dat de beharing als een smalle strook is ingeplant. De Stabij heeft een dichte, volle haarinplant aan de achterzijde van de voor- en achterbenen. Op de staart dient de haarinplant rondom lang, dicht en vol te zijn. Hoewel de voorkeur uitgaat naar een geheel sluike vacht, komt een iets golvende beharing op de rug vaak voor.

Kleur en grootte

De kleuren zwart met witte aftekening, alsmede bruin met witte aftekening komen voor. In het wit mogen schimmel en/of spikkels voorkomen. De ideale maat voor reuen is 50 tot 53 cm en voor teven is de ideale maat 48 tot 50 cm. Toelichting: Het merendeel van de Stabijs is zwartbont. Hierbij zijn alle aftekeningen toegestaan, zolang de poten en buik (overwegend) wit zijn. Ook een witte staartpunt is gewenst. Hoewel het geheel zwarte hoofd het meest wordt gezien, is ook een bles toegestaan. Het lichaam kan zowel overwegend zwart als overwegend wit zijn en alle variaties daartussen. Bij de bruinbonte Stabijs zien we dezelfde kleurverdeling. Een driekleur (zwartbont met bruine aftekeningen aan poten en hoofd) is een niet-erkende kleur. Hoewel deze honden meestal wel een stamboom krijgen (met de vermelding “niet-erkende kleur”), mag er niet mee gefokt worden.

 
FD1FBD0E-D228-4D5E-8404-31A5C2351C57_edi

GEZONDHEID

De Stabijhoun is, ondanks de kleine populatie, gelukkig een relatief gezond ras. De NVSW en de fokkers doen er alles aan om dat zo te houden. Desondanks zien we bepaalde aandoeningen min of meer regelmatig terug. Het fokbeleid van onze vereniging is erop gericht om deze zoveel mogelijk te beperken. Dat is nog niet zo eenvoudig want de oorzaak is niet altijd duidelijk en ook niet altijd erfelijk. En we mogen niet te veel honden van de fokkerij uitsluiten, want dan verliezen we erfelijk materiaal. Dat zorgt onvermijdelijk voor een hoger inteeltpercentage, en dat kan weer leiden tot juist méér erfelijke gezondheidsproblemen. We staan dus voor een uitdaging!


Hieronder staan in het kort de problemen die bij de Stabijhoun bekend zijn, hoe vaak (of hoe weinig) ze voorkomen in de populatie, en hoe de vereniging ermee omgaat.


Heupdysplasie (HD)

Heupdysplasie is een ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten, veroorzaakt door zowel erfelijke factoren als milieufactoren. Symptomen zijn moeite met opstaan en kreupelheid aan de achterhand. HD kan worden vastgesteld door het maken van röntgenfoto's van de heupgewrichten. Uitslag HD-A is het beste, HD-E het slechtst.

Hoe vaak komt het voor: een enkele keer per jaar wordt röntgenologisch HD-D bij een Stabij geconstateerd, klinische klachten worden daarbij echter zelden gemeld. Slechts een heel enkele keer is kreupelheid gezien die een operatie nodig maakte.

Het fokbeleid van de NVSW: HD-onderzoek is verplicht. 

Lees hier uitgebreidere informatie over Heupdysplasie.

Elleboogdysplasie (ED)

Elleboogdysplasie is een verzamelnaam voor 3 soorten ontwikkelingsstoornissen aan de ellebooggewrichten, veroorzaakt door zowel erfelijke als milieufactoren. Lijders vertonen kreupelheid aan de voorbenen. ED kan worden vastgesteld door het maken van röntgenfoto's, dragers kunnen er niet mee herkend worden.

Hoe vaak komt het voor: gemiddeld enkele keren per jaar wordt ED bij een Stabij gemeld, de honden lopen kreupel en moeten dan veelal geopereerd worden.

Het fokbeleid van de NVSW: ED onderzoek is niet verplicht. Met lijders en bewezen dragers mag niet (meer) worden gefokt (een bewezen drager is een hond die dezelfde aandoening in 2 verschillende nesten heeft doorgegeven). 

Lees hier uitgebreidere informatie over elleboogdysplasie.

Epilepsie

Bij epilepsie treedt er plotseling een storing in de hersenen op, waarbij een hond de controle verliest over een deel van zijn lichaamsfuncties: hij valt om, krijgt hevige spierkrampen, kan gaan schuimbekken en hij kan zijn urine of ontlasting laten lopen. Er zijn echter ook mildere uitingsvormen. Epilepsie kan erfelijk zijn maar ook veroorzaakt worden door milieufactoren. De erfelijke vorm openbaart zich bij de Stabij meestal rond de drie jaar.

Hoe vaak komt het voor: gemiddeld krijgt de FAC  4 meldingen per jaar. Voordat het fokbeleid op epilepsie werd ingesteld, kwam epilepsie bij de Stabij vaker voor.

Het fokbeleid van de NVSW: preventief onderzoek naar dragers is helaas niet mogelijk. Met lijders en bewezen dragers mag niet (meer) worden gefokt (een bewezen drager is een hond die dezelfde aandoening in 2 verschillende nesten heeft doorgegeven).

Lees hier uitgebreidere informatie over epilepsie.

Persisterende Ductus Arteriosus (PDA)

Een hartaandoening die ook wel Ductus Botalli wordt genoemd. Bij de pupcontrole van de dierenarts op de leeftijd van 6 à 7 weken is een luid ‘machinekamergeruis’ te horen aan de linkerzijde van het hart. Oorzaak is het niet sluiten van een belangrijk bloedvat rond de geboorte. De oorzaak kan spontaan en geïsoleerd tot één geval zijn, maar ook erfelijk bepaald zijn. Indien niet behandeld, overlijdt de patiënt uiteindelijk aan hartfalen. Bij tijdig operatief ingrijpen is de prognose uitstekend.

Hoe vaak komt het voor: PDA wordt in 2 á 3  gevallen per jaar geconstateerd. Dat aantal lijkt te stijgen, reden om daar extra onderzoek naar te (laten) doen; in samenwerking met de Universiteit van Utrecht is een uitgebreid onderzoek gestart.


Het fokbeleid van de NVSW: preventief onderzoek naar dragers is helaas niet mogelijk. Met lijders en bewezen dragers mag niet (meer) worden gefokt (een bewezen drager is een hond die dezelfde aandoening in 2 verschillende nesten heeft doorgegeven).

Lees hier uitgebreidere informatie over PDA.

Cerebrale Dysfunctie (Neuro)

Een erfelijk probleem dat enkelvoudig recessief vererft: alleen als beide ouders het defecte gen dragen kunnen er lijders geboren worden. Rond de 6 weken gaan pups afwijkend en dwangmatig gedrag vertonen: steeds dezelfde beweging herhalen, rondjes draaien, achteruit of heen en weer lopen. Lijders hebben een overmatige bewegingsdrang, eten slecht, vermageren sterk en overlijden binnen enkele maanden.

Hoe vaak komt het voor: komt niet meer voor sinds er een DNA-test is ontwikkeld om de mutatie te herkennen

Het fokbeleid van de NVSW: DNA-test verplicht voor alle fokdieren. Wanneer bewezen is dat beide ouderdieren van een fokdier “vrij” zijn van CD, is een test niet noodzakelijk.

Lees hier uitgebreidere informatie over het Cerebrale Dysfunctie.

Von Willebrands Disease, Type I (VWD)

VWD is een bloedstollingsafwijking die in 3 types voorkomt. Bij de Stabij is Type I geconstateerd, de meest milde vorm. Hierbij is er een verminderde aanmaak van een bepaalde stollingsfactor waardoor honden een verlengde bloedtijd kunnen laten zien. Eigenaren merken vaak niets aan hun hond. Dragers lopen weinig tot geen risico, maar lijders kunnen bij grotere verwondingen en operaties problemen krijgen. Er is een DNA-test beschikbaar die lijders, dragers en vrije honden kan identificeren.


Hoe vaak komt het voor: ruwweg een kwart van de Stabijpopulatie is vrij van VWD, de helft drager en een kwart lijder. Klinische klachten worden zelden gemeld.


Het fokbeleid van de NVSW: er is geen fokbeleid voor VWD, de DNA-test is niet verplicht.

Lees hier uitgebreidere informatie over Von Willebrands Disease.

                   

Steroïd Responsive Meningitis Meningitis (SRMA of AM)

SRMA is een ziekte die bij o.a. de Berner Sennenhond, Beagle, Boxer en ook de Nova Scotia Duck Tolling Retriever vaker voorkomt dan bij andere rassen.

Bij Stabijhounen is de ziekte ook een aantal keer geconstateerd, daarom is het belangrijk om de ziekte te kunnen herkennen (niet alle dierenartsen herkennen de symptomen) en te melden.

Voor deze ziekte worden de afkortingen AM of SRMA gebruikt.

Zoals de naam al aangeeft, is het geen “gewone” hersenvliesontsteking, maar valt deze aandoening onder de auto-immuunziekten. Bij een auto-immuunziekte reageert het afweersysteem van het lichaam op gezonde lichaamscellen ; “het slaat op hol”. In het geval van SRMA reageert het afweersysteem dan tegen de hersenvliezen, waardoor die geprikkeld worden en ontstekingsverschijnselen ontstaan. Deze ziekte is niet besmettelijk voor andere honden of mensen.

Lees hier uitgebreidere informatie over SRMA.

Sporadisch worden andere gezondheidsproblemen gemeld waarbij we lang niet altijd kunnen vaststellen of het een geïsoleerd geval betreft of dat het erfelijk bepaald is. Met deze honden mag in ieder geval niet worden gefokt. Een fokker die lijnen wil kruisen waarin hetzelfde probleem aan beide kanten werd gezien, wordt door de FAC gewezen op het risico.


Onderzoek en registratie gezondheid

Gezondheidsproblemen worden geregistreerd in onze database ZooEasy, we zijn daarbij afhankelijk van meldingen van eigenaren en fokkers. Alle Stabijhouneigenaren krijgen voorafgaand aan de fokkersdag een gezondheidsenquête, als de honden 1 tot 1,5 jaar oud zijn.


De vereniging hamert op het melden van problemen, dat kan onder andere via dit formulier. Indien een trend wordt gesignaleerd, wordt daar fokbeleid op ontwikkeld.